Carpinus betulus L. (Haagbeuk)

haagbeukenrg-wk.jpg
Foto: Jeroen Philippona
 
Hoewel de naam Haagbeuk doet vermoeden dat we met een beuk te maken hebben is dit niet het geval. Deze soort behoort tot de Berkenfamilie (Betulaceae). Vermoedelijk is de naam Haagbeuk een ongelukkige vertaling van het Duitse “Hainbuche” (Een “Hain” is een oud, opgaand loofbos, dat als particulier bezit niet voor algemeen gebruik bestemd was). Vanuit “architectonisch oogpunt” lijkt deze boom op een Beuk. Dit geldt voor de bouw, de stam en de knoppen. De stam van oudere bomen vertoont vaak een gegolfd uiterlijk alsof spierbundels in de lengterichting lopen. De bladeren zijn bijna tweemaal zo lang als breed met de grootste breedte ongeveer in het midden. Ze zijn dof donkergroen en de bladrand is ongelijk gezaagd tot dubbel gezaagd. De Haagbeuk vormt katjes. Dat zijn de mannelijke bloemen van ongeveer 5 cm lang en de kortere vrouwelijke bloemen met rode stijlen en groene schutbladeren. De vruchten zijn driehoekige nootjes in trossen van ca. 8 paar met een drielobbig schutblad. Het schutblad helpt bij de verspreiding door de wind.

De kroon is gesloten en geeft veel schaduw. In de herfst ligt er soms een dik goudgeel tapijt van bladeren onder en rond de boom. Men waant zich dan in een prachtig oud loofbos.

De Haagbeuk is een inheemse soort en komt hoofdzakelijk voor in Twente, de Achterhoek en Limburg. De boom groeit op droge tot vochtige, zure tot matig voedselrijke grond in loof- en naaldbossen. Haagbeuken kunnen tot 200 jaar oud worden.