Betula (Berk)

 
Hèt kenmerk van een berk is zijn afschilferende schors en de boom is daarmee voor vrijwel iedereen herkenbaar. De schors is zilverwit, bruinig wit, tot gebandeerd wit met bruinzwarte plekken, afhankelijk van de soort. Het zijn ranke bomen, met veel dunne, zwiepende takken en zijtakjes. Vooral de ruwe berk heeft een groeivorm met hangende takken, terwijl de andere inheemse soort, de zachte berk, een meer opgaande groeiwijze heeft. Er zijn ook vele kruisingen met diverse eigenschappen van de ouders. Vaak zijn grote bollen in de boom te zien, de zogenaamde heksenbezems. Dit zijn woekeringen van knoppen aan korte takjes, dicht op elkaar.

Berken behoren tot de familie der Betulaceae, de berkachtigen. Net als bij de nauw verwante els, haagbeuk, hazelaar en hopbeuk hangen hun mannelijke bloemen in ‘katjes’ en dragen ze nootvruchtjes die in hun geval heel klein en gevleugeld zijn.

Berken zijn vooral bekend om de decoratieve schors die meestal wit is, maar. soms ook glanzend abrikooskleurige, rode en zelfs kastanjebruine tinten kan aannemen. De bast kleurt het meest helder bij jonge bomen. Slechts één berk, de aromatische Betula alleghaniensis, valt op door zijn geur.

Berken produceren een enorme hoeveelheid kleine gevleugelde zaadjes, die alle kanten opwieken en letterlijk overal terecht komen. De bomen groeien bovendien snel op, zelfs op voedselarme groeiplaatsen, en zetten vaak na vijf of zes jaar alweer nieuw zaad. Worden ze op jonge leeftijd verdrongen of verwijderd, dan zijn ze naar plantenmaatstaven toch al geslaagd in het leven: ze hebben hun genen doorgegeven aan de volgende generatie.

In de natuur zijn berken weinig kieskeurige soorten. De boom gedijt op allerlei plekken als er maar voldoende licht op valt. Dit kan variëren van een open plaats in het bos, zeer natte en voedselarme moerasbossen, een verwaarloosde stadstuin tot aan de langdurig onuitgemeste dakgoot. De meest bekende soorten zijn de ruwe berk en de zachte berk, beide inheems in Nederland, maar gedijend op een heel verschillende groeiplaats. Alsof ze het zo hebben afgesproken, groeit de ruwe berk op droge gronden en de zachte berk juist op natte plekken: samen kunnen ze heel Nederland koloniseren.

Veelzijdige bomen

De witte of kleurige, afbladderende schors en elegante groeiwijze zijn belangrijke esthetische eigenschappen.

Berken zijn eenhuizig en bloeien met eenslachtige bloemen: aan een en dezelfde boom staan mannelijke en vrouwelijke bloemen apart. De mannelijke bloemen overwinteren naakt en hangen ’s winters in de bekende ‘katjes’ aan de bomen. Deze rekken zich uit en bloeien vervolgens in maart of april. De vrouwelijke bloemen overwinteren in knop en staan in maart of april als cilindrische katjes recht op de fijne takjes. De bestuiving gebeurt door de wind.

De beste tijd om berken te snoeien is het voorjaar en de zomer, als het blad is volgroeid. Het vroege voorjaar is minder geschikt vanwege het zogenaamde ‘bloeden’, het uitstromen van berkensap, dat ontstaat bij het verwonden van de boom. Bij hele sterke snoei kan de boom hierdoor zelfs het loodje leggen.

De berk is voor de Noorse volkeren een heilige boom, maar in Nederland heeft hij geen specifieke mythische betekenis. Berken hebben veel gebruiksmogelijkheden. De schors, knoppen en bladeren bevatten stoffen, waarvan geneesmiddelen tegen onder anderen infecties en gewrichtspijnen worden gemaakt. Verse schors op de pijnlijke plek gedrukt helpt tegen spierpijn en dezelfde wijze van gebruik werkt ook tegen infecties. Men dient voorzichtig te zijn met inwendig gebruik, want de schors bevat een scala aan stoffen, waaronder het giftige methyl-salicaat. Berkenbast-capsules zijn in gebruik als geneesmiddel. Berkenschors kan daarnaast nog veelzijdig worden toegepast: als dakbedekking en zelfs voor schrijfpapier. Er bestaan kano’s van berkenbast en in de poolstreken wordt de bast gebruikt als bekleding voor jassen en been bescherming. Harsachtige stoffen in de bast zorgen ervoor dat deze niet bederft. Ook in de natuur kun je stukken berkenbast vinden die jarenlang goed blijven terwijl het hout al verteerd is.

In het noorden worden de zwiepende berkentwijgen gebruikt om de bloedsomloop te stimuleren na een sauna. Nog steeds maakt men van berkentwijgen straatbezems. Het hout is een plezierig brandhout omdat het zo gemakkelijk en helder brandt. Van rechte stammen maakt men berkenfineer en vloerenhout. Berkenparket voor de vloer is geliefd om de mooie lichte kleur en fijne houtstructuur.

Het sap van berken wordt gebruikt in shampoos, haarwater en parfums. Berkensap kan worden gewonnen in het vroege voorjaar als de sapstroom op gang komt. Als je een tak afzaagt of insnijdingen in het hout maakt, druipt het berkensap eruit en dit kan weken voortduren. Hangt men er een fles aan, dan ziet men deze vanzelf vollopen. Het sap bevat veel suiker en men kan er siroop en na gisting wijn van bereiden.

Berken zijn prachtige bomen voor stedelijke beplanting en voor in tuinen. Door het grote scala van soorten die uit andere werelddelen zijn ingevoerd en de vele cultivars is er voor elk wat wils: groot of klein, smal of breed, kleurig of wit. Een groepje van drie berken bijeen geplant is een mooie variant op de solitair. In de moderne ‘minimalistische’ tuinaanleg ziet men wel het gebruik van vele witstammige berken die symmetrisch worden aangeplant in een monochroom patroon.

Ruwe berk (Betula pendula)

De ruwe berk ontleent zijn naam aan de twijgen die met ruwe lenticellen zijn bezet en vaak wratachtig aanvoelen. De witte jeugdschors, die op latere leeftijd scheurt en grijs verkleurt, is kenmerkend voor deze soort. De twijgen zijn sterk overhangend, vandaar de naam ‘pendula’ die letterlijk ‘hangend’ betekent. Het is een variabele soort met vele cultivars.

De ruwe berk is een mooie boom. Het sierlijke silhouet komt goed tot zijn recht in een grasstrook, en kan ook in een open bestrating gedijen. Van alle berken is dit de soort die het best een droge, arme standplaats verdraagt. Voor aanplant in het stedelijk gebied zijn behalve de soort zelf ook veel cultivars van belang. De cultivars stellen echter meer eisen dan de botanische soort, vooral wat betreft voedsel, vocht en de luchtigheid van de bodem.

Betula pendula ‘Tristis’ is de bekende treurberk met een spierwitte stam en sterk overhangende twijgen. Deze boom is op zijn plaats in brede groenstroken en bermen, maar kan ook een sieraad vormen in de grotere tuin. De boom vraagt meer ruimte dan de cultivars ‘Laciniata’, ‘Dalecarlica’ en ‘Crispa’. Alledrie hebben diep ingesneden bladeren, die een extra sierwaarde geven. Ze worden ongeveer vijftien meter hoog. Het zijn waardevolle cultivars voor groenstroken, parken en tuinen. De decoratieve Betula pendula ‘Purpurea’ is een langzaam groeiende boom voor een voedselrijke bodem. De bast is parelwit en de mooie purperbruine blaadjes komen goed uit tegen een witte muur.

De cultivars ‘Fastigiata’ en ‘Obelisk’ hebben een smalle kroon die goed past in smalle straten. De groeivorm geeft een zakelijke en minder sfeervolle uitstraling dan de moedersoort, de ruwe berk. De prieelberk, Betula pendula ‘Youngii’, is daarentegen weer een veel toegepaste boom die goed staat in de tuin. De stam vertakt sterk vanaf de entplaats en groeit vooral in de breedte waardoor een hangende, treurende groeiwijze ontstaat. Door te snoeien kan men de kroon smaller houden.

Een nieuwe cultivar die nog slechts mondjesmaat verkrijgbaar is, heet ‘Zwitsers Glorie’. Deze is geselecteerd in de Zwitserse bergen en is bijzonder omdat hij slechts weinig bloemen en zaad produceert. Het is een geschikte straatboom die weinig stuifmeel produceert en dezelfde groeivorm heeft als de moedersoort.

Zachte berk (Betula pubescens)

De zachte berk is de inheemse soort van vochtige groeiplaatsen, natte heiden en voedselarme broekbossen. Het is een mooie, niet erg opvallende boom, die het goed doet als solitair in een gazon of als laanbeplanting in het buitengebied. In Drenthe zijn er mooie bermbeplantingen van te vinden. Kenmerkend zijn de ovale kroon zonder overhangende takken en de zacht behaarde twijgen. De takken zijn zeer gewild voedsel voor reeën. Als de ruwe en zachte berk beide in een gebied voorkomen, weten ze de zachte berk er feilloos uit te halen; de ruwe berk wordt dan met rust gelaten.

Overige soorten

De witte Himalayaberk, Betula utilis ‘Doorenbos’ en vooral Betula utilis subspecies jacquemontii hebben de mooiste witte stammen. Van nabij bekeken blijkt dat de jonge schors onder de brede afbladderende vellen geelachtig is en de jonge takken roodachtig. Hij is ook tijdens de bloei mooi door de zeer opvallende, tot twaalf centimeter lange, mannelijke katjes. ‘Doorenbos’ is een Nederlandse selectie en hier de meest aangeplante berk. Deze wordt vaak verward met de hierna beschreven papierberk.

De papierberk, Betula papyrifera, is van oorsprong Canadees en heeft een bast van smalle afbladderende vellen en een grijze tot witte schors. Om het desbetreffende gebruik wordt deze boom in Canada wel de ‘Canoe birch’ genoemd. Het is een mooie, grote boom met overhangende twijgen, geschikt voor parken en brede lanen. De kroon groeit breed uit tot een ronde vorm. De cultivar ‘Grandis’ is in alle delen groter, met mooi groot blad en een nog bredere kroon.

De goudberk, Betula ermanii, heeft prachtige gele herfstkleuren. In Nederland kennen we vooral de selecties ‘Holland’ en ‘Blush’. ‘Holland’ heeft een smalle vorm met een rechte doorgaande stam. Daarmee is het een uitstekende straatboom, die open bestrating goed verdraagt (hoewel sommige boeken het tegendeel beweren). In Ede en Bennekom zijn zeer mooie straatbeplantingen aanwezig. ‘Blush’ is een boom, die vooral geschikt is voor parken vanwege zijn laag vertakkende stam en een bredere kroon. De jonge schors is roze tot roodachtig en de oude vellen zijn wit.

De zwarte berk, Betula nigra, is een boom om in parken te gebruiken. Waar de boom de ruimte krijgt geeft de mooie breed uitwaaierende kroon een prachtig effect. De bloei is zeer rijk en de boom kan bogen op een mooie gele herfstkleur. De sterk afbladderende schors is roodachtig tot donkergrijs. De cultivar ‘Heritage’ heeft een lichtgele schors in de jeugd en is vooral heel mooi in een groep van drie bomen bij elkaar. Zwarte berken zijn te bewonderen in de Kasteeltuinen van Arcen waar ze in alle seizoenen een prachtige effect geven.

De gele berk, Betula alleghaniensis, is een zeldzame boom, geschikt voor parken en brede lanen. De schors is geelachtig bruin met kenmerkende horizontale lenticelstrepen. Wanneer knoppen of twijgen worden beschadigd verspreiden zij een balsemachtige geur.

Tot slot een relatieve nieuwkomer, de vooralsnog weinig bekende Chinese rode berk, Betula albosinensis. Bijzondere sierwaarde heeft de warm getinte schors en twijgen die van lichtroze tot kastanjebruin kunnen kleuren. De cultivar ‘Fascination’ groeit langzaam en stelt weinig eisen aan de bodem. Maar dit is slechts een van de vele decoratieve berken die een sieraad zijn voor straat, park of tuin.

Het woord berk

Het Nederlandse woord berk is zeer oud: het verschijnt volgens Van Dale al in het jaar 1050 in een vroeg-Nederlandse tekst. Het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) geeft een mooi citaat van Huygens uit de 17e eeuw: “Daer sien ik niet als Mast, en Eick, en Elst, en Berck” - vrij vertaald: daar zie ik niets dan bomen.

Het woord berk zou ontstaan zijn uit het Gotische bairhts dat ‘licht’ betekent - dit kan verwijzen naar de witte bast van de berk. Alle andere Germaanse talen hebben vergelijkbare woorden: Birke (Duits), birch (Engels), björk (Zweeds), birk (Deens), bjørk (Noors).

Ook in de Balto-Slavische talen (en zelfs in het Sanskriet) is deze stam herkenbaar: Tsjechisch briza, Russisch ‘berjôza’.

De Romaanse talen gebruiken het Latijnse woord betula (dat tevens de wetenschappelijke naam voor het boomgeslacht is) of afleidingen daarvan. Italiaans: betulla, Portugees: betula (exact als het Latijn), Spaans: abedul.

Niet-Indo-Europese talen benoemen de berk op originele wijze: urki (Baskisch), nyír (Hongaars) en koivu (Fins).