Populus (Populier)

 
Populieren zijn in meerdere groepen te onderscheiden waarvan de abelen en trilpopulieren, de zwarte populieren en de balsempopulieren de belangrijkste zijn. De laatste groep is met een ander zintuig in het voorjaar (april) overduidelijk te herkennen aan de zware zoete geur, die de knoppen en later de rode katjes afscheiden. De abelen en trilpopulieren en kruisingen daarvan hebben een heel kenmerkende lichte schors, soms bijna wit, met donkergrijze ruitvormige plekken erop. De zwarte populier en de kruisingen, samengevat onder de naam ‘gewone populier’, hebben aanvankelijk een gladde schors die later overgaat in diep grijs gegroefd. Behalve de zuilvormige Italiaanse populieren, hebben alle populieren als belangrijkste kenmerk een onregelmatige kroon, met vaak enkele zwaar doorgegroeide, steil omhoog wijzende takken. Populieren houden in de herfst de laatst gevormde bladeren aan de toppen van de twijgen vast nadat de rest van het blad al is gevallen. Maar na een korte vorstperiode is ook dit blad verdwenen. De takken hebben grote spitse, bruin tot groene knoppen en een duidelijke eindknop. Aan het eind van de winter zien we de rode mannelijke katjes verschijnen, nog voordat de boom in blad komt.