Ginkgo (Ginkgo)

De Oude Hortus Botanicus van Utrecht kan bogen op een zeer oude ginkgo. De boom werd geplant in 1734 en is daarmee een van de eerste ginkgo’s die vanuit China naar Europa werd gebracht. De boom is nog steeds kerngezond en heeft een omtrek van vier meter. Spannend detail: op deze mannelijke boom heeft men indertijd een vrouwelijke tak geënt. Hier volgt het verhaal van een boom met een oeroude geschiedenis, een grote sierwaarde en een medische toekomst van betekenis.

Al tweehonderd miljoen jaar geleden werd de aarde begroeid door verschillende soorten ginkgo. De ginkgo kon de concurrentie met de andere oerplanten, varens, boomvarens en palmen (Cycaden), goed aan. De boom was groot, langlevend en kon zich behalve door zaad ook met zijn luchtwortels voortplanten. Een onlangs opgegraven fossiel in China toont aan dat de bomen er op het hoogtepunt van de dinosaurus (200 - 150 miljoen jaar geleden), al min of meer uitzagen als de ginkgo van nu.
De ramp die de dinosaurus uitroeide, had op de ginkgo geen effect. Pas toen de bloeiende planten zich ontwikkelden, die handiger op hun leefmilieu insprongen, ging het met de ginkgo bergafwaarts. Uit Europa zijn de bomen meer dan twee miljoen jaar geleden verdwenen. In China leefde de gingko voort en daar werd de soort sinds mensenheugenis gerespecteerd en beschermd om zijn lange levensduur.
Men heeft altijd gedacht dat ze er in het wild waren uitgestorven tot de recente ontdekking van natuurlijke groeiplaatsen in het Oost-Chinese Chekiang. Bij de Yo-Mun tempel in Zuid-Korea groeit een gingko die vooralsnog bekend staat als de hoogste van de wereld. Dit is een gezonde boom van 1100 jaar oud en zestig meter hoog met een stamdoorsnede van 4,5 meter.

Botanie

Charles Darwin noemde de ginkgo ‘een levend fossiel’, maar dit is niet het enige aspect van de gingko dat de aandacht verdient De rechte, rijzige groeiwijze en de unieke waaiervorm van de bladeren maken de boom een aanwinst voor park, tuin en laan. In ons land groeit de boom langzaam op tot ongeveer twintig meter hoogte met een relatief geringe breedte van zes tot acht meter. De groeiwijze is karakteristiek en enigszins onregelmatig; in de winter valt op hoe grijzig, haast kurkachtig de schors is en ook de knobbelige structuur van de takken. De boom is in het verleden als naaldboom begonnen: de veel geroemde en beroemde waaiervormige bladeren van de ginkgo zijn eigenlijk naalden die aan elkaar zijn vastgegroeid. De bladeren zijn tweelobbig, vandaar het achtervoegsel biloba. Ze lopen lichtgroen uit en de donkergroene zomertinten verkleuren in het najaar kort maar heftig botergeel alvorens af te vallen. De abrikoosvormige vruchtjes aan lange stelen kleuren geelgroenig tegen dit stralende geel; maar als deze rijp zijn verspreiden ze een walgelijke stank van rotting. De ginkgo is tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bomen). De mannelijke exemplaren dragen geen vruchten en hebben daarom als straatboom de voorkeur. Overigens is het geslacht pas na twintig jaar te determineren, wanneer een boom voor het eerst in bloei komt.
Naast de gewone Ginkgo biloba worden enkele andere vormen gekweekt, zoals de zuilvormige Ginkgo biloba ‘Fastigiata’. Doordat de ginkgo goed tegen luchtvervuiling kan en geen ziektes oploopt begint de boom ook tot het Nederlandse straatbeeld te behoren. Daar neemt de boom genoegen met beperkte wortelruimte. Ginkgo’s zijn geheel winterhard, maar houden van een zonnige, beschutte plaats op vruchtbare grond die niet te nat is. De beste planttijd is april.

Historie

De naam ginkgo is afgeleid van het Chinese woord voor zilver (gin) en abrikoos (kyo). Door een schrijffout van de Duitse arts en ontdekkingsreiziger Engelbert Kaempfer die de ginkgo als eerste ontdekte, is de naam verkeerd overgekomen. Volksnamen zijn er te over, zoals ‘tempelboom’ dat verwijst naar oude exemplaren op tempelgronden. In China werd de ginkgo al vroeg vereerd omdat Confucius (551-487 voor Christus) mediteerde, las en onderwees onder een ginkgo-boom. De boom werd overigens niet met één bepaalde religie geassocieerd - zowel de Boeddhistische als de Taoïstische priesters zorgden goed voor de oude bomen. Omstreeks het jaar 800 na Christus is de ginkgo samen met het Boeddhisme naar Japan overgestoken. Daar kent de ginkgo nu ook al een lange historie, vandaar de naam ‘Japanse notenboom’. Een vermaarde Japanse ginkgo is de boom in Hiroshima die op een kilometer afstand groeit van de plek waar de bom insloeg. Alles om de boom werd weggevaagd, maar de ginkgo leeft nog steeds.
Tegenwoordig is er een tempelcomplex omheen gebouwd waar mensen komen bidden voor vrede.

Medicinale werking

Echinacea, Ginseng en Ginkgo zijn al tijdenlang de drie meest verkochte alternatieve geneesmiddelen. Maar in tegenstelling tot de twee eerstgenoemde heeft wetenschappelijk onderzoek naar de werking van ginkgo wél tot een doorbraak geleid. Wetenschappelijk bewezen is dat ginkgo-bladeren een (giftige) stof bevatten die problemen met de bloedsomloop tegengaat en als middel kan dienen tegen dementie en geheugenstoornissen. De ginkgo is dus niet alleen een levend fossiel of een decoratieve straatboom maar ook een ‘toekomstboom’ die beloften in zich bergt voor het welzijn van velen.