Fagus (Beuk)

 
Net zoals de eik kent iedereen vast ook wel een oude beuk, die zich in volle omvang heeft kunnen ontwikkelen. Een indrukwekkend gezicht, maar toch heel anders dan een eik. Wat vooral opvalt is dat de takken al laag bij de stam beginnen. De boom groeit, indien vrijstaand, breed uit en lijkt bijna breder dan hoog te zijn. De kroon is bij oude bomen rond, met een dicht netwerk van fijne, vaak hangende takken. Vooral de onderste takken vertonen dit beeld. Een van de makkelijkste kenmerken is de zilvergrijze, gladde schors. Dichterbij vallen de lichtbruine, lange en spitse knoppen op. Dat spitse zie je ook een beetje terug in de takvorm. Zeker bij jongere bomen lijken ze zich als speren uit de kroon te willen steken. Beuken houden een groot deel van de winter hun roestbruin, verdroogde blad vast. Beukenhagen zijn daaraan gemakkelijk te herkennen.